Een interieurontwerp waarin veel kan 


Eerste huisvesting van de mens

Wist je dat de eerste bewoners van deze planeet al hun grot, bergspleet of hol decoreerde? De mens is van nature een jager en visser. Zij leefde in het gebied waar prooi en ander voedselvoorraad aanwezig was. Hun behuizing waren grotten, hollen en bergspleten. Er zijn overblijfselen gevonden van grotten waar muurschilderingen aanwezig waren. Vaak tekende ze wat in die periode gebeurde. Veelal zie je muurschilderingen van mensen die op dieren jagen. Verf maakte ze van natuurlijke producten zoals mineralen uit gesteente of uit planten. Door het te mengen met een bindmiddel zoals ei of olie werd het een soort van verf. Wat ze trouwens ook op hun lichaam smeerde.


Wanneer schakel je een interieurontwerpster in? 

Herken je dat wanneer je aan het shoppen bent en impulsief dat ene leuke tafeltje koopt? Of dat schattige stoeltje die de buurvrouw ook heeft? Eenmaal thuis gekomen staat het voor geen meter bij de rest van je meubelen. Hoe komt dit? Het inrichten van een ruimte heeft te maken met een combi van gestaltpsychologie, ontwerpregels en kleurpsychologie. Een stylist/ interieurontwerpster streeft altijd naar meubelplan waarin de ruimte en de meubelen zo natuurlijk mogelijk één geheel vormen. Er komen dan enkele vragen bij kijken. Zoals hoe groot de ruimte is. Hebben we te maken met obstakels zoals meterkasten, openhaarden of afvoerkanalen? Hoe is het lichtinval? Als stylist hoor ik heel vaak dat bewoners een aanbouw hebben geplaatst zonder na te denken wat ze er mee willen of wat het effect is op het totaalbeeld. Vaak denkt men wanneer ze een stuk aanbouwen, dat de ruimte groter wordt dat klopt inderdaad wel. Maar is het nog wel knus in te richten? Na impulsief kopen of verbouwen wordt niet altijd het gewenste resultaat behaald. Vaak wordt dan pas een interieurontwerpster ingeschakeld om de boel te redden. Dus beste lezers, het moraal van het verhaal, maak eerst een plan met een interieurontwerpster en ga dan pas verbouwen of/en inkopen. 


 Menselijke maat

De menselijke maat is zeer belangrijk voor een inrichting of indeling van een ruimte, huis of stad. Hoe voelt een mens zich in een ruimte. De architect Le Corbusier heeft met behulp van de gulden snede- Leonardo da Vinci- een maatsysteem bedacht die ervoor zorgt dat de mens zich prettig voelt in een gebouw of ruimte. Wanneer deze maatvoering ontbreekt voelt de mens zich door de te hoge plafonds, te lage plafonds, smalle gangen, brede gangen of krappe ruimte onbehagelijk. Het is de kunst van de stylist om de ruimtes zo in te richten dat de ruimtes prettig aanvoelen. Het maatsysteem heeft niet alleen invloed op ruimtes maar ook op ontwerpen van interieurs Een ontwerper moet oppassen dat hij geen ontwerpfout maakt waardoor de stoel of tafel te hoog, te laag of te breed wordt ontworpen. Een stoel is bedoelt om lekker te zitten en niet bij het opstaan dat je pijn in je rug hebt. De ontwerper moet rekening houden met het gebruiksgemak. Bij het inrichten van een zithoek moet rekening worden gehouden met het kunnen maken van oogcontact. Zodat er een gelijkwaardig gesprek kan worden gevoerd. Wanneer iemand hoger zit dan de ander kan dit ook weer onprettige aanvoelen. Wanneer een bank, stoel of tafel te ver van elkaar afstaat voelt dit ongezellig aan. Er is duidelijk afstand voelbaar. Zo kan ik nog wel even doorgaan; een te krappe toiletruimte, een badkamer waar je je kont niet kan keren. Té grote meubels in een kleine woonkamer. Deuren die bij het open doen tegen een stoel of kast aankomen zijn nog meer voorbeelden. Naar welke kant gaan ramen en deuren open? Heb je daar ruimte voor berekend? Dit zijn belangrijke vragen die jij jezelf kan stellen tijdens het inrichten . Alles heeft zijn eigen ruimte nodig. Een ontwerper kan ook ontwerpen puur voor de design. Dit is bijvoorbeeld een stoel die voor geen meter zit maar wel leuk en mooi eruit ziet. Volgens de module van Le Corbusier is de gemiddelde mens 185 cm. Deze maatvoering wordt nog steeds aangehouden in de woningbouw.

  

Geschiedenis van de architectuur

In een vorige blog heb ik verteld over dat de eerste woningen van de mens, onder andere holen, grotten, bergspleten en struiken waren. Doordat de mens leerde werken met hulpwerktuigen en langer op een plek bleven waar ze vee en gewassen konden verbouwen, ontstond zo de eerste behuizing. De mens gebruikte materialen die voorhanden waren in het gebied waarin men leefde. De Eskimo’s maakt een huis van ijs, in Scandinavië een huis van hout. Wij in Nederland hadden veel klei tot onze beschikking, etcetera . In bepaalde landen waar weinig bouwmateriaal aanwezig was maakten men huizen van huiden, takken of vilt. Zo had ieder gebied zijn kenmerk van het bouwen van huizen. Door de eeuwen heen verandert de behuizing tot een woning die we vandaag de dag kennen. Om zover te komen hebben heel wat verandering de geschiedenis gepasseerd. De Prehistorie, Antieke oudheid, vroeg Christelijke periode, Middeleeuwen, Asterdamse school, De Stijl, Art Deco, het Nieuwe bouwen en het Duurzaam bouwen. Waarmee rekening gehouden moet worden met het effect op het milieu,. Zuinig zijn op de wereld, sneller en goedkoper bouwen. Bouwen met duurzamer producten zoals hout, wol, steen, bamboe en gerecycled materialen. Niet alleen de externe behuizing ontwikkelde zich. Ook de interne vormgeving veranderde van huiden en tapijten aan de muur tot naar meubilair die we vandaag de dag kennen. In Nederland ontstond rond 1900 de woningwet; regels voor basisvoorziening voor iedere woning. Woningen werden aangesloten op het riool, kregen stromend water, elektriciteit en verwarming. Duurzaam bouwen dat is waar we de dag van vandaag in leven. Rekening houden met het milieu door gebruik te maken van biomassa, waterkracht, wind-, zonne-energie en aardwarmte. Fantaseer jij ook wel eens hoe de generatie over 100 leven? Zullen onze nabestaanden ons uitlachen over onze windmolens?